
Kleine Winkels, Grote Ambities: De Impact van SEVI in Nairobi
Het doel van het Sevi-project is om kleine ondernemers in ontwikkelingslanden toegang te geven tot betaalbare en betrouwbare financiering via een innovatieve app. Sevi maakt het mogelijk voor winkeliers om voorraad in te kopen met een lening, die ze in termijnen kunnen terugbetalen. De app gebruikt AI en machine learning voor kredietbeoordeling en biedt een volledig geautomatiseerd proces.
De Sevi app is bekroond als meest inclusieve digitale geldschieter en beste digitale geldschieter voor kleine bedrijven in Kenia. Sevi heeft haar product vormgegeven naar een “order now, pay later”-model en werkt samen met grote leveranciers zoals Coca Cola. De organisatie groeit en het aantal verstrekte leningen neemt toe.
Dit project is belangrijk voor de meest kwetsbare mensen omdat traditionele banken vaak geen leningen verstrekken aan kleine ondernemers zonder onderpand. Sevi biedt deze groep toegang tot kapitaal, waardoor zij hun bedrijf kunnen laten groeien en hun levensonderhoud kunnen verbeteren.
De impact is groot: duizenden ondernemers hebben dankzij Sevi hun voorraad kunnen vergroten, meer omzet kunnen maken en hun kredietwaardigheid opgebouwd. De leningen zijn tot 80% goedkoper dan bestaande mobiele leningen, wat direct bijdraagt aan armoedebestrijding en economische ontwikkeling. Over dit project is een mooi artikel gepubliceerd in het vakblad Wereld van Filantropie: “Kruisbestuiving Achmea Foundation en scale-up SEVI.”
Susan Blankhart is Bestuurslid bij de Achmea Foundation. Zij interviewde voor ons Joyce, een kleine winkelier in een buitenwijk van Nairobi. Joyce werkt sinds een jaar samen met SEVI.
Joyce zit samen met haar twee zusjes, Ann en Agnes, in haar knusse winkeltje in een levendige buitenwijk van Nairobi. Buiten is het een komen en gaan van mensen; binnen heerst een rustige bedrijvigheid. Af en toe schuift er iemand aan om een oude fles te laten vullen met olie, een pak biscuitjes te kopen, of simpelweg twee eieren voor twintig cent mee te nemen. Haar omzet ligt rond de honderd euro per week, een bescheiden bedrag, maar voor Joyce een wereld van verschil. Dat lukt haar vooral dankzij het krediet dat ze via SEVI krijgt van groothandelaar Deborah, die haar voorziet van de dagelijkse producten waar de buurtbewoners op rekenen. Voor veel gezinnen is een zakje meel of een paar eieren al een kleine investering.
Later op de dag spreek ik een andere kleine winkelier, op een drukkere straathoek waar meer aanloop is. Hij vertelt dat zijn omzet dankzij SEVI zelfs is gegroeid naar 260 euro per week. Het is inmiddels een jaar geleden dat James op een ochtend het winkeltje van Joyce binnenstapte. James is voor SEVI de schakel tussen de kleine winkeltjes en groothandelaar Deborah. Hij legde Joyce rustig uit hoe het systeem werkt: dat zij producten op krediet kan inkopen, en dat ze dat binnen een week terugbetaalt. Voor een kleine winkel als die van haar is dat precies te overzien.
James is account representative voor SEVI in tien districten van Nairobi en ondersteunt zo’n duizend winkeliers in hun contact met Deborah. In heel Kenia werken 24 van deze representatives, ieder verbonden aan een vaste groothandelaar. Een winkel moet wel wekelijks minimaal 16,50 euro aan producten op krediet kunnen kopen. Straatstalletjes vallen daardoor buiten de boot, die kunnen soms van de ene op de andere dag verdwijnen.
Joyce vertelt me dat haar inkomen dankzij deze kredietfaciliteit met maar liefst 50% is gestegen. Ze kan nu meer producten aanbieden en haar klanten beter bedienen. Op mijn vraag wat nog een uitdaging is, antwoordt ze dat de groothandelaar soms niet alles kan leveren wat zij graag zou verkopen. En die groothandelaar is op haar beurt weer afhankelijk van een distributeur, daar valt volgens Joyce nog winst in efficiëntie te behalen.
Wanneer ik vraag naar haar dromen, verschijnt er een glimlach: ze ziet zichzelf in de toekomst een grotere winkel runnen, misschien zelfs een klein supermarktje. Het is een ambitie die ik vaker hoor bij de winkeliers die via SEVI werken: groeien, kansen pakken, vooruitkomen.
Het extra inkomen dat Joyce nu verdient, gebruikt ze vooral voor schoolgeld en een bijdrage aan haar ouders. En natuurlijk deelt ze ook met haar zusjes, Ann en Agnes, die haar helpen en tijdens het interview trouw in het winkeltje blijven zitten.
